Welk plaatje heb jij in je hoofd?

Dementie en onbegrepen gedrag / Door Hijlkje Lootsma

Kortgeleden was ik bij een lezing over omgaan met probleemgedrag van mensen met dementie. De bijeenkomst vond plaats in een zaal van een luxe appartementencomplex voor ouderen. Alles zag er prachtig uit en de bijeenkomst was tot in de puntjes verzorgd. Tijdens de theepauze werden er glazen vers fruit geserveerd. Ik stond daar heerlijk van te snoepen, terwijl ik ondertussen in gesprek was met een mededeelnemer. De pauze vloog voorbij. Ik had nog niets gedronken en wilde een kopje thee meenemen naar mijn plaats. De tafel waar de thee stond, zag er prachtig uit met een etagère met heerlijke hapjes. Uit een van de thermoskannen schonk ik heet water in een kopje en zocht toen naar theezakjes. Helaas kon ik ze niet vinden. Ik zag wel rechthoekige glimmende zakjes. Het leken van die koekjes die je vaak in een restaurant bij je koffie krijgt. Inmiddels was iedereen gaan zitten en de spreker begon weer. De druk werd bij mij een beetje groter en ik scande nogmaals de tafel, maar de theezakjes zag ik niet.

Glimmende zakjes

Uiteindelijk ging ik maar met een kopje heet water naar mijn plek. Gelukkig had mijn buurvrouw ook thee en ik zag dat ze het theezakje nog op haar schoteltje had staan. Ik vroeg of ik haar zakje mocht gebruiken. Dat mocht en toen viel ineens het kwartje. De zakjes die ik voor koekjes had aangezien, waren de theezakjes. Eigenlijk was dat ook wel logisch, want als je een etagère met allemaal heerlijke traktaties serveert, dan leg je daar geen koekjes in glimmende zakjes bij.

Opgeslagen beelden

Wat was er nu eigenlijk gebeurd? Ik was op zoek naar een theezakje en ik had het plaatje in mijn hoofd van een papieren zakje dat bijna vierkant is, het typische theezakje. Dat plaatje correspondeerde niet met de dingen die ik op de tafel zag. Doordat ik onder tijdsdruk stond, kon ik niet meer logisch nadenken. Achteraf bekeken, zou het natuurlijk heel raar zijn dat er een etagère staat met daarnaast koekjes in folie. Ik kende die theezakjes die op koekjes leken niet. Ik had er nog nooit een beeld van opgeslagen. Van koekjes in folie had ik wel een beeld en daardoor koppelde ik de zakjes automatisch aan dat beeld dat ik in mijn geheugen had staan. Door de tijdsdruk nam ik niet de gelegenheid om me rustig te realiseren wat ik zag en om te lezen wat er op de verpakking stond.

Theezakjes opeten

Mensen met dementie denken ook in plaatjes. In het geval van ‘mijn’ theezakje is het niet zo dat ze automatisch geen thee meer kunnen zetten, maar ze herkennen het theezakje niet. Het plaatje dat zij hebben opgeslagen van een theezakje correspondeert niet met dit theezakje. Ik zag het theezakje aan voor een koekje. Wanneer ik dementie zou hebben, had ik het theezakje zelfs kunnen opeten, omdat ik dat theezakje dus koppelde aan mijn plaatje van een koekje. Voordat je bij iemand met dementie dus conclusies trekt, is het belangrijk om te onderzoeken wat voor plaatje hij of zij in het hoofd heeft.

Honden

Een paar dagen geleden kwam ik op een boerderij waar ze twee honden hebben, een grote hond en een klein keffertje. Die laatste moest ik volgens de eigenaar in de gaten houden. Hij zou mensen regelmatig in de hielen bijten. Nou ben ik niet zo’n held met honden, dus voor mij was dit geen prettige mededeling. Het liefst was ik weggegaan, maar aangezien de eigenaar erbij was, besloot ik toch te blijven, ook al voelde ik me niet zo op mijn gemak. Het hondje bleef op mijn hielen gericht, maar heeft me gelukkig niet gebeten.

Vechten of vluchten

In het weekend wandelde ik in het bos en aan het eind van het pad waar ik liep, stond een grote groep mensen. Er was een klein hondje bij. Terwijl ik in de richting van de mensen liep, kwam het hondje al blaffend op mij af gerend. De eigenares begon tegen het hondje te roepen dat ze terug moest komen, maar helaas luisterde ze niet. Het hondje kwam juist steeds dichter bij mij. Door mijn eerdere ervaring op de boerderij werd ik bang dat de hond mij zou gaan bijten. De adrenaline gierde door mijn lijf. Intuïtief wilde ik het liefst van me afschoppen, zodat het hondje me niet kon bijten. Maar gelukkig deed ik dat niet, ik werd door mezelf gecorrigeerd. Mijn denkende brein praatte op me in dat het hondje me niet zou bijten, want de eigenares was in de buurt en als ik zou schoppen zou die groep mensen waarschijnlijk boos op mij worden. De groep zou me dan mogelijk zien als iemand met agressief gedrag. Doordat ik bang ben voor de hond zijn er intuïtief maar twee reacties mogelijk: vechten met de hond of ervoor vluchten. Gelukkig had ik mijn intuïtief gedrag onder controle en liep ik gewoon door, al was het wel met knikkende knieën en vol adrenaline. De hond bleef om me heen rennen, maar deed uiteindelijk niets.

Agressie

Bij mensen met dementie werkt de remming op hun intuïtief gedrag vaak minder goed. Zij reageren daarom veel impulsiever op emoties. Stel dat een persoon met dementie in het bos aan het wandelen was geweest, dan had hij het hondje waarschijnlijk wel geschopt of uitgescholden. Dat kwam dan niet omdat die persoon heel agressief is, maar omdat hij bang is voor de hond en zijn impulsieve gedrag niet wordt geremd door de aandoening.

Mensen met dementie laten regelmatig agressief gedrag zien. Belangrijk is dan om te onderzoeken of de agressieve reactie uit een soort angst voortkomt. Als dat het geval is, kan er wellicht op een eenvoudige manier iets aan worden gedaan. Met Dementierealist help ik om (woon)situaties van mensen met dementie te verbeteren, zodat ze zich veilig en op hun gemak voelen.


Broodtrommel

Sommige verhalen blijven je bij, omdat ze zo mooi zijn door hun eenvoud.

Zo gaf ik een keer een workshop over het inrichten van de omgeving van mensen met dementie aan zorgverleners in het midden van het land. Voordat de workshop begon, kwam een van de deelnemers naar mij toe. Ik was eerder bij haar in het verpleeghuis geweest voor een observatie. De deelneemster vertelde me over een meneer die tijdens de lunch niet wilde eten. Zij en haar collega’s hadden van alles geprobeerd; een uitnodigend gedekte tafel, zelf mee-eten en verschillende manieren waarop ze het eten presenteerden. Niets werkte, hij at niet.

Vrachtwagenchauffeur

Tijdens mijn eerdere bezoek aan de locatie had ik uitgebreid met de deelneemster gesproken. We hadden het gehad over het belang van het herkennen van iemands oude gewoontes en associaties daarmee. Oude gewoontes zitten vaak diep in het brein en blijven voor mensen met dementie lang bereikbaar. Ze gaf aan dat ze daar aan had moeten denken bij deze meneer. Ze had contact opgenomen met de familie om over het probleem te praten en te achterhalen of ze een manier kon vinden waarop ze deze bewoner zou kunnen helpen. Samen bespraken ze hoe hij lunchte in de verschillende fases van zijn leven. Zo ontdekte ze dat meneer in zijn werkende leven vrachtwagenchauffeur was geweest. In die periode at hij zijn lunch altijd achter het stuur op. Hij nam zijn eten mee in een broodtrommel. Voor deze meneer was de lunch dus helemaal geen sociaal gebeuren, in tegendeel, hij zat dan bijna altijd alleen in zijn vrachtwagen.

De familie bleek de broodtrommel nog te hebben en bracht deze naar het verpleeghuis. Vanaf dat moment presenteerden de verzorgers de lunch voor meneer in de broodtrommel en lieten hem alleen zitten. Het werkte en sindsdien eet hij zijn lunch weer heerlijk op. De broodtrommel en het alleen zitten, waren voor meneer de associaties met lunch en eten.

Waardevolle workshop

De broodtrommel is een prachtig voorbeeld van hoe eenvoudig een oplossing kan zijn. Het vraagt alleen wel wat van onze kennis en interesse voor de bewoner en van ons creatief denkvermogen.

Tijdens de workshop hebben we het verhaal van de broodtrommel ook met de andere cursisten gedeeld. Het was mooi om te zien hoe collega’s elkaar met dit soort verhalen verder kunnen helpen in hun zoektocht om het voor cliënten zo aangenaam mogelijk te maken. Workshops worden door het delen van dit soort ervaringen nog waardevoller dan ze in beginsel al zijn.

Valpreventie: Niet alleen een werkelijke maar ook een gevoelsmatige egale vloer

Deze week is het de week van valpreventie.

Als we het hebben over valpreventie moet ik steeds denken aan mijn avontuur in het museum.

Ik op mijn iets te hoge hakken (waar ik op een mooie egale vloer verrassend snel op kan lopen), mijn pleegkind op zijn comfortabele gymschoenen, naar het museum.

In het museum was er een apart gedeelte over insecten die onder stenen leven. Om alles zo echt mogelijk te laten lijken hadden ze een kiezelstenen vloer gemaakt met een bankje en een prachtig ijzeren tuinhek erop. Het was natuurlijk niet een echte kiezelsteen vloer maar een linoleum vloer met een bijna niet van echt te onderscheiden kiezelstenen motief. Mijn pleegkind rende er over heen op zoek naar nieuwe verrassende insecten. Ik, zoals een goede ’moeder’ behoort te doen, er achter aan.

Maar op de een of andere manier kon mijn brein niet begrijpen dat het geen echte kiezelstenen waren. Ik liep zo wiebelend en onzeker als maar kan zoals je doet met je hoge hakken op echte kiezelstenen. Het lukte me werkelijk  niet om gewoon door te lopen.

Ik ging zitten op het bankje en overdacht wat er net met me gebeurde.

Het is precies hoe mensen met dementie en andere cognitieve stoornissen een omgeving zoals deze kiezelstenen vloer kunnen ervaren. Ze benaderen de omgeving emotioneel en reageren daar op. Dus een kiezelstenen linoleum vloer maakt je heel onzeker en onstabiel tijdens het lopen. En als je dan ook nog wat slechter ter been bent is het valgevaar extra groot.

Daarom is het zo belangrijk dat we er over nadenken wat voor vloer we gebruiken in een woning voor ouderen. Het oppervlak  dient niet alleen in werkelijkheid vlak te zijn maar ook gevoelsmatig te kloppen.

Trouwens niet onbelangrijk: Mijn pleegzoon en ik hebben  een bijzonder leuke en leerzame middag in het museum gehad!